dinsdag 21 november 2017

Mario Matrojani, tenor: Mascagni (Homokord, 1913)


Over de Italiaanse tenor Mario Matrojani is weinig bekend. Hij komt niet voor in de 4-delige Kutsch-Riemens Großes Sängerlexicon
Waarschijnlijk debuteerde hij ca. 1900.
1901: zong in Torino, als Rodolfo (La Bohème)
1903: zong in Reggia, o.a. als Duca (Rigoletto) en een rol in Maria di Rohan.
1904: Warschau
1905: Alessandria
1907: Messina, als Don José (Carmen)
1909: Bergamo, rol van Enzo (La Gioconda)
1910: St. Petersburg
1914: Boekarest
Vermoedelijk trad hij vanaf 1915 terug van het operapodium.

Mario Matrojani (of Matroiani) was dus een tenor die hoofdzakelijk in regionale theaters gezongen heeft.
Hij heeft voor de volgende maatschappijen platen opgenomen:
G&T: 2 (Milaan, 1904), Favorite: Verona, 1908- ca. 1911), Columbia, Beka/Era, Homocord (1913).
De plaat is in matige conditie, zoals wel is te horen, maar we krijgen niettemin een goede indruk van zijn stem.




Mascagni - "Cavalleria Rusticana": 
1  O Lola    2:20
2  Brindisi: Viva il vino    2:30
Mario Matrojani, tenor (+ koor en orkest)
78t 25 cm: Homokord 2335 / 2339   
Opname 1913

Download mp3

donderdag 16 november 2017

Maria Galvany: HMV, Victor 1906-1908


Maria Galvany (Granada, 1878 [of 1876, of 1874] - Spanje, 1918, of Rio de Janeiro, 1944, of 02.11.1949?): Spaanse coloratuursopraan. Studeerde aan het conservatorium van Madrid bij Lázaro María Puig en Napoleone Verger. 
1879: debuut in Cartagena als Lucia in Lucia di Lammermoor.
Zong vooral in Spanje, Portugal en Zuid-Amerika. 
1905: maakte deel uit van een operagroep waarmee ze door Nederland, België en Frankrijk trok.
1909: zong in Londen, Drury Lane.
Ze zong 15 jaar in Lissabon aan het Coliseu
Ze was geliefd in Rusland, waar ze zong in Kiev, Odessa, Tiflis, Baku en Moskou. 



Na de eerste wereldoorlog is niets meer van haar vernomen.
Wat het meest genoemd wordt is dat ze naar Brazilië vertrok, daar verarmde en uiteindelijk in Rio de Janeiro in een armenhuis is overleden in 1949. 
Dr Jacques Alain Léon (Brazilië) stelt in een Record Collector dat het sterfgeval in 1949 niet Maria Galvany, maar Fanny Maria Rollas Galvani (1856-1949) betreft, een dramatische sopraan die geen opnamen heeft gemaakt. Maria Galvany zou in 1918 aan de Spaanse Griep overleden zijn.

John Steane is in zijn boek The great tradition niet erg over haar te spreken: in duetten met Titta Ruffo kon ze klinken "like a whistling kettle on a high E flat". 
Verderop in zijn boek is hij wat milder: "Galvany had a pleasant middle voice, and her facility in rapid staccato was extraordinary, rivalled in later times only by the Brazilian Sofia del Campo" ... "An astonishing showpiece of Galvany's is the song "L'Incantatrice" (Arditi), another is a barely recognisable version of "Der hölle Rache". 



ook Michael Scott (The record of singing 1) is vrij kritisch: op haar platen "we hear a hard little voice of no particular quality, the tone fluttery but secure, the range extending easily to the high F, and with quite an extraordinary facility in staccato, which she takes the opportunity to show off wherever she can, no matter how inappropriate; it is surprising to find a cadenza at the end of the Bell Song, outrageous in the Queen of the Night aria, the staccati chattering away like machine-gun fire" .... "Her records are amusing party pieces".

Het duet met Ruffo dat ik heb vind ik goed gezongen, daar valt de fluitketel wel mee. Maar bij L'Incantatrice gaat ze helemaal los! Bij de klokjes-aria is inderdaad een cadensa toegevoegd. Het is in deze tijd nogal bizar om zulke snelle staccato-zang te horen als een op hol geslagen kanarie. Meer virtuoos-knap dan dat het nou zo muzikaal is. Overigens worden haar platen regelmatig te snel afgespeeld, dan wordt het helemaal een vogelkooi. 

Remo Andreini (Florence, c.1875-1880 - Florence, ?) had een internationale carrière als tenor van 1902-1924. In 1917 was hij de eerste Rodolfo die een complete La Bohème opnam.



1  Verdi - "Rigoletto": Piangi fanciulla    3:14
    + Titta Ruffo, bariton
    Gramophone Monarch 054100   545i
    Opname Milaan, 20.10.1906 

2  Arditi: L'incantatrice    3:24
    Victrola 88236   1399½c
    Opname Milaan, okt.-nov. 1907

3  Delibes - "Lakmé": Aria della Campanelle    3:41
    Gramophone Monarch 053182   1455½c
    Opname Milaan, mei? 1908

4  Verdi - "La Traviata": Sempre libera    3:45
    + Remo Andreini, tenor
    Gramophone Monarch 054209    1456c
    Opname Milaan, mei? 1908



Download mp3

vrijdag 10 november 2017

Mary Garden 2: Columbia, 1911-1912

Mary Garden als Mélisande

Mary Garden (Aberdeen, 20.02.1874 - Inverurie, 03.01.1967): Schotse sopraan en ook een goede actrice. Ze studeerde o.m. bij Sarah Robinson-Duff (Chicago), vanaf 1896 in Parijs bij Lucien Fugère (1848-1935), Jacques Bouhy (1848-1929), Mathilde Marchesi (1821-1913) en Sybil Sanderson (1864-1903). Sanderson introduceerde haar bij Jules Massenet en bij Albert Carré, de directeur van de Opéra-Comique.
1900-1907: Opéra-Comique. Zong o.m. de wereldpremière als Marie in La Marseillaise (Lucien Lambert, 1901) en als Diane in La fille de Tabarin (Gabriel Perné, 1901). Debussy koos haar voor de rol van Mélisande in Pelléas et Mélisande (1902). Verder de titelrol in de wereldpremière van La Reine Fiammette (Xavier Leroux, 1903)
1902-1903: zong in Londen, Covent Garden
1905: zong in Monte Carlo wereldpremière van Chérubin, een rol die Massenet speciaal voor haar gecomponeerd heeft.
1906: wereldpremière als Chrysis in Aphrodite (Camille Erlanger) bij de Opéra-Comique.

Mary Garden 1905

1907-1910: Manhattan Opera House
1910-1913: Chicago Grand Opera Company
1915-1921: Chicago Opera Association
1921-1922: directeur van de Chicago Opera Association, die daarna failliet ging. Ze produceerde in dat jaar de wereldpremière van De liefde voor drie sinaasappels (Prokofieff). 
1922-1931: directeur van de nieuw opgerichte Chicago Civic Opera, waar ze ook rollen zong. 

1934: trok zich terug van het operapodium. Werkte als talentscout voor MGM, gaf lezingen, m.n. over Debussy. Gaf masterclasses en deed veel om jonge artiesten te stimuleren.

Mary Garden als Salome

Ze maakte naar verhouding vrij weinig platen tussen 1903 en 1929: 6 Pathé wasrollen (ca. 1903), 4 G&T (met Debussy, piano), 3 Edison rollen (ca. 1904-1905), 11 Columbia (1911-1912), 12 Victor (1926-1927; 1929).
Verder maakte ze twee zwijgende films, met weinig succes: 
1917: "Thaïs" (Hugo Ballin, Frank Hall Crain)
1918: "The splendid sinner" (Edwin Carewe)

1951: haar autobiografie verscheen: Mary Garden's Story, waar veel onnauwkeurigheden in staan.

Op de spiegel (ruimte tussen groef en etiket) van Col. A5440 is mooi de handtekening van Mary Garden te zien (zie onderste scan).


1  Massenet - "Le jongleur de Notre-Dame": Liberté    3:01
2  Massenet - "Hérodiade": Il est doux, il est bon    3:53
78t 30 cm: Columbia A 5289   30699-1 / 30701-2
Opname New York, 21.03.1911

3  Charpentier - "Louise": Depuis le jour    5:03
4  Massenet - "Thaïs": L'amour est une vertu rare    3:05
78t 30 cm: Columbia A 5440   36385-1 / 36386-2
Opname New York, 17.05.1912


Download mp3

zaterdag 4 november 2017

Maria Barrientos 2: Meyerbeer, Verdi (Columbia, 1919)


Maria Barrientos (Barcelona, 10.03.1883 - Ciboure, 08.08.1946): Spaanse coloratuursopraan. Studeerde piano en viool op het conservatorium. Nam zangles bij Francisco Bonet.
1898: debuut op haar 15e in Barcelona, Teatro Novedades, als Ines (L'Africaine). Had onmiddellijk succes en zong in Italië, Engeland, Duitsland en Frankrijk. Grootste successen in Zuid-Amerika, m.n. Teatro Colón (Buenos Aires). 
1907-1909: tijdelijke stop door huwelijk en geboorte van een zoon
1916-1920: Metropolitan New York
Na 1924 zong ze geen operarollen meer en wijdde zich aan de liedkunst.
In 1928 en 1930 nam ze 7 Spaanse liederen van Manuel de Falla op met de componist als begeleider op piano.
Maria Barrientos nam 78t.platen op voor de labels Fonotipia (1904-1906) en Columbia (1916-1920; 1928; 1930).


Maria Barrientos, sopraan:

1  Meyerbeer - "Dinorah": Ombra leggera    4:05
    78t 30 cm: Columbia Tricolor 49596   (49596-1)
    Opname New York, 06.03.1919

2  Verdi - "Rigoletto": Si, vendetta    2:04
    + Riccardo Stracciari, bariton
    78t 25 cm: Columbia Tricolor 78363   (78363-3)
    Opname New York, 20.03.1919


Download mp3