zondag 15 april 2018

Yvon le Marc'Hadour 2: Erlebach (BAM 2, 1934)

Yvon le Marc'Hadour, 1937

Ik heb niet veel gegevens over de bariton Yvon le Marc'Hadour (Chambon-sur-Voueize, 19.12.1898 - Parijs, 07.11.1985) kunnen vinden. Hij heeft behalve voor BAM ook opnamen gemaakt voor Pathé, en zong Bretonse liederen op het label Mouez Breiz.

In een eerdere post heb ik een 25 cm 78t.plaatje van het geweldige BAM (Boîte à Musique)-label uit 1936 gepost met de Lettera Amorosa (1619) van Monteverdi.

In deze post horen we de weinig uitgevoerde Duitse barokcomponist Philipp Heinrich Erlebach (Esens, 25.07.1657 - Rudolstadt, 17.04.1714). Hij schreef meer dan 1000 werken, die bij een brand in Rudolstadt in 1735 grotendeels vernietigd werden: slechts 70 composities zijn bewaard gebleven.

De begeleiding op deze 78t.plaat wordt gespeeld door La Musique Intime, bestaande uit:
Claude Crussard, piano
Edmée Ortmans-Bach, Dominique Blot en Godard, viool
Mlle S. Meynieu, altviool
Yvonne Thibout, cello


uit "Harmonische Freude musicalischer Freunde":
1  a  Was Quälet; b  Trocknet euch ihr heissen Zähren    3:45
2  a  Nur getrost; b  Schwaches Herz    4:13
Yvon le Marc'Hadour, bariton
La Musique Intime
78t 30 cm: BAM 2   PART 561 / 562
Opname Parijs, 07.11.1934

Download mp3

zaterdag 7 april 2018

Viorica Ursuleac, Erna Berger, Heinrich Schlusnus, Alfred Jerger (Decca, 1933, 1936)


Twee Decca 25 cm 78t.plaatjes, oorspronkelijk Polydor-opnamen, met een mooie bezetting. 
De Arabella opname uit 1933 is heel bijzonder omdat zowel Viorica Ursuleac als Alfred Jerger in 1933 in de wereldpremière hebben gezongen.
Leuk ook omdat Viorica Ursuleac getrouwd was met Clemens Krauss, de dirigent op beide platen.

Viorica Ursuleac (26.03.1894 - 22.10.1985): Roemeense sopraan. Opgeleid in Wenen.
1922: debuut in Zagreb als Charlotte (Werther).
1924-1926: Wiener Volksoper
1926-1930: Frankfurt Opera. Ze trouwde met dirigent Clemens Krauss.
1930-1935: Wiener Staatsoper
1935-1937: Staatsoper Unter den Linden Berlijn
1937-1944: Bayerische Staatsoper
Ze was de favoriete sopraan van Richard Strauss en zong in wereldpremières van 4 opera's van hem: Arabella (1933), Friedenstag (opgedragen aan Ursuleac en Krauss; 1938), Capriccio (1942) en Die Liebe der Danae (1944, dress rehearsal).
1954: afscheid in Der Rosenkavalier (Wiesbaden)
1964: benoemd als professor aan het Mozarteum in Salzburg.


Erna Berger (19.10.1900 - 14.06.1990): Duitse coloratuursopraan. Meest beroemd als Koningin van de Nacht en als Konstanze. Ze zong o.a. bij de Wiener Staatsoper, Staatsoper Berlin, Deutsche Oper Berlin, Metropolitan, en gaf concerten in Japan, Amerika en Australië. 
Ze stopte op haar 60e en werd zangdocente in Hamburg en Essen.



Alfred Jerger (09.06.1889 - 18.11.1976): Oostenrijkse bas-bariton. Opgeleid in Wenen, begon in 1913 als dirigent. 
1917: debuut als bas-bariton in Zürich. 
1919-1921: Staatsoper München, door bemiddeling van Richard Strauss.
1921-1953: Wiener Staatsoper.
1922-1959: werkte veel mee aan de Salzburger Festspiele.
1933: zong in wereldpremière van Arabella de rol van Mandryka (Semperoper, Dresden)
1947: professor aan de Wiener Musikakademie. 


Heinrich Schlusnus (06.08.1888 - 18.06.1952): Duitse lyrische bariton, zong zowel opera als liederen. Opgeleid in Berlijn en Frankfurt. 
1915: debuut in de opera van Hamburg
1915-1917: Nuremberg
1917-1951: Staatsoper Berlijn. 
1927-1928: Chicago Opera
1933: zong in Bayreuth.

1  R. Strauss - "Arabella": Finale: Das war sehr gut, Mandryka    6:29
    Viorica Ursuleac, sopraan
    Alfred Jerger, bariton
    Orkest Staatsoper, Berlijn o.l.v. Clemens Krauss
    78t 25 cm: Decca DE.7025   5577½bd / 5578bd
    Opname 1933

2  W.A. Mozart - "Don Giovanni": Reich' mir  die Hand, mein Leben    3:02
    Erna Berger, sopraan
    Heinrich Schlusnus, bariton
3  W.A. Mozart - "Le nozze di Figaro": Wenn die sanften Abendwinde    3:17
    Erna Berger, sopraan
    Viorica Ursuleac, sopraan
    Orkest Staatsoper, Berlijn o.l.v. Clemens Krauss
    78t 25 cm: Decca DE.7070   2933½ gn8 / 6400¾gr
    Opname 11.06.1936 (kant 1) / 22.01.1936 (kant 2)

Download mp3

woensdag 28 maart 2018

Jules Moes: Favorite, Gramophone, Polyphon


Vroeger (begin vorige eeuw) was het heel normaal dat opera's in het Nederlands gezongen werden. Ik heb eerder iets gepost van Louis Morrison en Emile van Bosch waarop we dat kunnen horen. Ook bij heldentenor Jules Moes kunnen we in deze post Nederlandse vertalingen horen van aria's van "Les Huguenots", "Lohengrin" en "Tosca". De smartlap werd ook niet geschuwd, getuige de opnamen op het label Favorite.

Jules Moes (Maastricht, 06.11.1879 - Amsterdam, 30.12.1961): Nederlandse heldentenor. Zingt als jongen in het mannenkoor de Maastreechter Staar. Hij studeert vanaf 1899 aan het conservatorium van Amsterdam: zang bij Cornélie van Zanten, piano bij De Pauw en Hutschenruyter, en compositie bij Bernard Zweers.
1902: debuut bij het Amsterdamsch Lyrisch Tooneel in "The Mikado" (Gilbert & Sullivan).
Zingt daarna in Gent en aan de Koninklijke Vlaamse Opera in Antwerpen.
1903: trouwt met Maria Vreijdenberger.
1907-1912: Zingt bij Nederlandsche Opera en Operette (Desire Pauwels). 
1912-1914: Zingt in Praag en allerlei Duitse steden onder de naam Jules Peters. Treedt ook in Wenen op.
Tijdens de eerste wereldoorlog is Jules in Nederland.
1916-1919: zingt bij de net opgerichte De Nederlandsche Opera van Gerhardus H. Koopman. Zingt o.m. Pinkerton (Madame Butterfly), Lohengrin, Eisenstein (Die Fledermaus), Radames (Aïda), Rodolfo (La Bohème), Pedro (Tiefland), Mylio (Le Roi d'Ys), Otello.
1919- 1924: Zingt bij de nieuw opgerichte Nationale Opera o.m. Tristan (Tristan und Isolde), Florestan (Fidelio), Don José (Carmen), en Alfredo (La Traviata)
1920-1923: maakte ca. 20 plaatopnamen voor labels als Gramophone, Homochord, Pathé, Polydor, Polyphon en Vox, w.o. enkele samen met sopraan Greta Santhagens-Manders en bariton Anton Dirks.
1925-1928: zingt bij de Co-Opera-Tie.
1927-1932: in dienst als artistiek leider bij de KRO.
Na 1933 is het zingen grotendeels gedaan. Hij wordt hoofdleraar aan het Rotterdams conservatorium.



1  O lieve moeder, keer terug (Paul Grosse)    4:14
2  Mijn ster (Romance) (V. Robandi)    4:08
78t 30 cm: Favorite 2-95021/2   117-W / 118-W

3  Meyerbeer - "Les Huguenots": Romance    3:48
4  Wagner '"Lohengrin": Afscheidslied    4:21
78t 30 cm: Gramophone H 62020   H62020/2   51an / 52½an

5  Puccini - "Tosca": Een zachte harmonie    1:45
6  Tosti: La sérénade    2:46
78t 25 cm: Polyphon 6567   10336/7   150am / 158am

Download mp3

vrijdag 23 maart 2018

Emmi Leisner: Gluck, Händel (Grammophon/Polydor, 1928)


Emmi Leisner (Flensburg, 08.08.1885 - Flensburg, 12.01.1958): Duitse zangeres. Haar vader was van Deense afkomst, haar moeder zong en speelde piano. Ze studeerde aan het Stern'schen Konservatorium in Berlijn en had 3 jaar les van Helene Breest. Bovendien studeerde ze kunstgeschiedenis en filosofie. 
1911: eerste concert in Berlijn. Daarna zong ze met veel succes in Leipzig (als solist bij Karl Straube) en Frankfurt. 
1913-1921: zong aan de Hofoper, Berlijn
Daarna Volksoper Berlijn, en van 1924-1925 Opera Berlin-Charlottenburg.
Haar grote rollen: Amneris (Aïda), Dalila (Samson et Dalila), Brang (Tristan und Isolde), Fricka en Erda (Ring der Nibelungen).
Na 1925 wijdde ze zich vooral aan lied- en concertrepertoire, waarbij ze uitblonk in Bach en Händel.
Vanaf 1939 woonde Emmi in Kampen on Sylt. Ze zong haar laatste recital in 1948 en wijdde zich ook aan lesgeven.
Mooie stem! 



    Christoph Willibald von Gluck - "Orfeo ed Euridice": 
    1  Ach ich habe sie verloren    4:28
    2  Wehklagend irr ich so    4:00
    30 cm 78t: Grammophon 66735   B24379/80   930 bm / 935 bm

    Georg Friedrich Händel:
    3  Cantata con stromenti: Dank sei dir, Herr (Arioso)    4:20
    4  "Xerxes": Largo e recitativo (Ombra mai fu)   4:45
    30 cm 78t: Polydor 66736 A/B   906½ bm / 934½ bm



Download mp3

woensdag 14 maart 2018

Léon Campagnola: Tosca (Disque Gramophone, 1911)

Campagnola in "Tosca"

Léon Campagnola (Marseille, 08.02.1875 - Marseille, 11.01.1955): Franse tenor, studeerde in Marseille (als bariton) en Parijs (omgeschoold naar tenor, bij Manoury).
1903: debuut in Versailles (als Vincent in Mireille, Gounod), 
1904-1905: zong in Belgische theaters: Bergen, Gent, Antwerpen, Brussel
1906: Grand Théâtre, Genève (als Danielo, La reine Fiammette, Leroux)
Zong in Franse theaters: Toulouse, Tours, Nîmes, Toulon
1910: debuteerde aan de Grand Opéra, Parijs als Gérald (Lakmé, Delibes)
Gastoptredens in Chicago (o.a. met Mary Garden, 1913), Boston, Washington, Londen 
(Covent Garden), Milaan (Scala, in 1917)
Na de eerste wereldoorlog zong hij o.a. in Toulouse, Marseille, Lyon en Toulon.
In 1927 beëindigde Campagnola zijn operacarrière en legde zich toe op kunstschilderen en zangles geven.
Hij nam in de periode 1911-1914  113 uitgebrachte titels op voor Gramophone, daarna in 1919-1920 26 titels voor Pathé, tot slot nog 55 uitgebrachte titels in de periode 1920-1927 voor Gramophone.

Giacomo Puccini - "Tosca":
1  O de beautés égales    2:23
2  Le ciel luisait d' étoiles    3:06
Léon Campagnola, tenor van L'Opéra (+ orkest)
78t 25 cm: Disque Gramophone P 538   4-32250/4-32270   16536u/16932½u
Opname Parijs, 08.07.1911 / 04.11.1911

maandag 26 februari 2018

Lucette Korsoff, Alice Verlet (Gramophone, 1908)


Een dubbelzijdige Disque pour Gramophone met op elke plaatkant een zangeres die veel succes had in Frankrijk:

Lucette Korsoff (Genua, 01.02.1876 - Brussel, 14.02.1955): Lyrische coloratuursopraan, in Italië geboren als dochter van Russische ouders. Haar vader was opera-impresario, in zijn gezelschap debuteerde ze als 16-jarige in 1892 in St.Petersburg (La serva padrona van Pergolesi). 
Studeerde zang bij Frédéric Boyer in Parijs. 
1901: Officieel debuut in het operatheater van Toulouse. 
1903-1905: Opera van Brussel, La Monnaie
1095-1908: Opéra-Comique van Parijs
1908-1910: Opera van Brussel, La Monnaie
Reisde naar Noord-Amerika, zong in New Orleans (1911-1912), New York (1912) en Boston (1912-1913).
1913: Studeerde in Milaan bij Teresa Arkel. 
Zong in 1914 in Londen, daarna in diverse Italiaanse theaters en in 1918 en 1922 aan de opera van Monte Carlo. 
1921: ze stopte ze haar zangcarrière en gaf les in Parijs, met o.a. Gina Cigna als een van haar leerlingen. 
Sinds 1936 woonde ze in Brussel, waar ze in 1955 in armoede gestorven is.
Ze maakte een groot aantal opnamen in de periode 1905-1913 voor G&T, Pathé, Gramophone, Parlophone (1 opname in 1911), Edison, en in 1921 voor Vocalion.



Alice Verlet (België, 1873 - Parijs, 1934), eigenlijke naam Alice Verheyden. Belgische (Vlaamse) coloratuursopraan. Zangles van Mme Moriani in Brussel.
1893: debuut in Leuven
1894: debuut bij de Opéra-Comique, Parijs.
1896: eerste optreden in Amerika
1901: groot succes aan de opera van Brussel.
1903-1914: Grand Opéra Parijs. Eerste rol: Konstanze ("Die Entführung aus dem Serail", Mozart).
Gastrollen in Londen.
1915-1916: Opera van Chicago
Ze bleef tot 1920 in Noord-Amerika, had veel succes in de concertzalen. 
Daarna zanglerares in Parijs.
Ze nam tussen 1906 - 1918 platen op voor APGA, (ca. 1906), G&T (1907), Gramophone (1908-1909), Pathé (ca. 1908) en Edison (ca. 1915-1921).


1  Thomas - "Mignon": Je suis Titania (Polonaise)    3:08
    Lucette Korsoff, sopraan (+ orkest)
    78t 25 cm: DPG GC-33699   5960h
    Opname Parijs, 1908

2  Delibes - "Lakmé": Pourquoi dans les grands bois    2:53
    Alice Verlet, sopraan (+ orkest)
    78t 25 cm: DPG GC-33700   5933h
    Opname Parijs, 1908

dinsdag 20 februari 2018

Marcella Röseler: "Lohengrin" (Grammophon)


Marcella Röseler (Berlijn, 21.06.1890 - Berlijn, 29.01.1957): Opgeleid aan het Stern's conservatorium in Berlijn. 
1910: debuut als Santuzza in "Cavalleria Rusticana" in Wiesbaden
1911: zong aan het Hoftheater, Kassel en dan tot 1918 aan het Hoftheater van Dessau, waar ze in 1914 zong in de oer-uitvoering van "Der heilige Berg" (Christian Sinding). 
Ze trouwde met de bas Rudolf Sollfrank (1883-1939), die lang in Dessau gezongen heeft, maar het huwelijk liep op een scheiding uit.
1919-1921: Breslau
1922-1923: Volksoper Berlijn
1923: tournee door Noord-Amerika met de German Opera Company
1923-1927: Metropolitan Opera New York
1928: terug naar Berlijn, Ze zong gastrollen in Wenen, Dresden, Hamburg, Städtische Oper Berlin, Opernhaus Leipzig. Ze zong ook vaak voor de radio. Zong ook in Nederland, België en Frankrijk.
Ze gaf zangles in Berlijn. Hildegard Knef (1925-2002) en Sebastian Hauser (1908-1986) waren o.a. leerlingen.


Marcella Röseler heeft akoestische platen opgenomen voor Polydor, Grammophon en Odeon, en elektrische voor Kristall, Ultraphon, Vox en Tri-Ergon.
Hier een 25 cm Grammophon opname die ik verder niet in de discografieën heb kunnen traceren. Het gaat om akoestische opnamen.


Richard Wagner - "Lohengrin":
1  Einsam in trüben Tagen   3:20
2  Euch Lüften, die mein Klagen   3:20
Marcella Röseler, sopraan
78t 25 cm: Grammophon 13037   943195/6   12821/2r


Download mp3

donderdag 15 februari 2018

Carl Burrian: Wagner, Leoncavallo, Weber (Grammophon, 1911)


Carl Burrian (ook bekend als Karel Burian) (Rousinov, 12.01.1870 - Senomaty, 25.09.1924): Tsjechische tenor. Zijn oudere broer Emil Burian was bariton, zijn oom Emil Frantisek Burian was componist. Studeerde aanvankelijk rechten, maar op aanraden van een professor switchte hij naar de zang. Had achtereenvolgens les van Franz Pivoda (Praag), en van Felix von Kraus (München)
1891: debuut in Brno
1892-1893: Reval (het huidige Tallinn)
1893-1894: Aken, zong wereldpremière van Aglaja, de eerste opera van Leo Blech.
1894-1896: Keulen. Zong in 1895 de wereldpremière van Sjula (Karl von Kaskel) en in 1896 van Elsie, die seltsame Magd (Arnold Mendelssohn)
1896-1898: Staatsoper Hannover
1898-1901: Staatsoper Hamburg
1898-1899: ook Staatsoper Berlin
1899-1902: Praag
1902-1911: Semperoper Dresden. Zong in 1905 de wereldpremière van Salome (R. Strauss)
1906-1913: Metropolitan New York
Was met name beroemd als heldentenor in zware Wagner-rollen. O.a. gastrollen in Wenen, Covent Garden (Londen, vanaf 1904) en Budapest.
1908: enige keer opgetreden in Bayreuth (als Parsifal)
In 1920 dronk hij per ongeluk bleekwater (hij dacht dat het mineraalwater was) en verbrandde keel en strottenhoofd. Zijn stem herstelde maar ten dele. Zijn laatste optredens waren in het Nationaal Theater van Praag in 1922.
Hij was getrouwd met de sopraan Franziska Telinók, die ook bij de opera van Dresden onder contract stond. 

Hij nam platen op: 
tussen 1906 en 1911  70 titels)voor G&T / Gramophone;
ca. 1913  6 titels voor Pathé
1913  1 opname voor Parlophon.



Carl Burrian, tenor, met orkest:

1  Wagner - "Lohengrin": Atmest du nicht mit mir die süssen Düfte    2:41
2  Leoncavallo - "Bajazzo": Lache Bajazzo    2:40
78t 25 cm: Grammophon 61690  4-42471/2   15510b / 15508b
Opname Praag, 01.07.1911

3  Weber - "Der Freischütz": Durch die Wälder, durch die Auen    3:03
4  Weber - "Der Freischütz": Jetzt ist wohl ihr Fenster offen    2:46
78t 25 cm: Grammophon 61692   4-42475/6   15555b / 15554b
Opname Praag, 06.07.1911

Download mp3

woensdag 7 februari 2018

Meta Seinemeyer: Verdi (Parlophon, 1926)


Meta Seinemeyer (Berlijn, 05.09.1895 - Dresden, 19.08.1929): Duitse sopraan. Studeerde aan het Stern'sches Konservatorium bij Nikolaus Rothmühl en Ernst Grenzebach.
1918: debuut aan de Berlin-Charlottenburg Opera in La belle Hélène (Offenbach).
1918-1924: verbonden aan de Berlin-Charlottenburg Opera
1919: maakte haar eerste plaatopname voor Artiphon
1923: van januari tot april tournee door de Verenigde Staten met de German Opera Company, met zangers als Jacques Urlus, Friedrich Schorr, Alexander Kipnis, Ottilie Metzger, met Leo Blech en Eduard Mörike als dirigenten.
1924-1929: Dresden Staatsoper
1926: zong in het Teatro Colón, Buenos Aires
1927: gastoptredens aan de Wiener Staatsoper als Tosca en Aïda, en in Berlijn als Leonora (La forza del destino)
1929: 5 gastoptredens in Covent Garden. Ze stierf op 19 augustus aan de gevolgen van leukemie. Op haar sterfbed trouwde ze met de dirigent Frieder Weissmann (1893-1984).



Meta Seinemeyer heeft in 1919 3 opnamen gemaakt voor Artiphone. In de periode 1925-1929 maakte ze 89 uitgebrachte opnamen voor Parlophon.



Deze 78t. Parlophon uit 1926 is akoestisch opgenomen, ondanks dat Columbia en HMV al elektrische opnamen (met microfoon opgenomen i.p.v. met akoestische hoorn) uitgebracht hadden.
De plaat is in matige conditie, we moeten wat tikken voor lief nemen - dit is voor mij het hoogst haalbare w.b. bewerking, met behoud van de juiste klank.



Giuseppe Verdi - "La forza del destino":
1  Hier bin ich, dank dem Himmel    4:06
2  Friede, friede    4:13
Meta Seinemeyer, sopraan
Orchester Staatsoper Berlin o.l.v. Frieder Weissmann
78t 30 cm: Parlophon P.2168-I/II   2-8579 / 2-8580
Opname Berlijn, 11.02.1926

Download mp3

donderdag 1 februari 2018

Toti dal Monte: Rossini, Mozart (HMV, 1924)


Toti dal Monte was een pseudoniem van Antonietta Meneghel (Mogliano Veneto, 27.06.1893 - Pieve di Soligo, 26.01.1975): Italiaanse sopraan. Wilde aanvankelijk pianiste worden, gaf dat op na een handblessure. Ze studeerde bij de alt Barbara Marchisio en componist Antonio Pini-Corsi. 
1916: debuut in La Scala, Milaan als Biancafiore (Francesca da Rimini, Riccardo Zandonai).
Zong daarna in kleinere Italiaanse theaters, gaf concerten. Groot succes in Turijn als soliste in de 9e symfonie van Beethoven onder Toscanini. Zij werd Toscanini's favoriete sopraan.
1922: groot succes als Gilda in La Scala. Zong sindsdien in de Scala, in Teatro Regio (Rome), en in Teatro San Carlo (Napels).
1924-1928: Chicago Civic Opera 
1924-1925: Metropolitan, New York.
1925: gastrollen in Covent Garden, Londen.
Ook triomfen in de Opéra (Parijs), Teatro Colón (Buenos Aires), Madrid, Barcelona, Berlijn, Lissabon, Wenen.
Ze maakte  deel uit van het Italiaanse operagezelschap van Nellie Melba, die een tournee maakte door Australië. De dames konden goed met elkaar overweg.
1928-1932: huwelijk in Sydney met tenor Enzo de Muro Lomanto. Dat gaf een rel omdat ze de fascistengroet brachten op de trappen van St. Mary's Cathedral. Ze kregen een dochter, Marina Dolfin (1930-2007). 
1929: wereldpremière in La Scala van Il Re (Umberto Giordani) in de rol van Rosalina, speciaal geschreven voor haar.
Haar belangrijkste opname is een complete Madame Butterfly uit 1939, met Beniamino Gigli als Pinkerton. Haar vertolking van Cio-Cio-San wordt door velen als de mooiste beschouwd.
Na de tweede wereldoorlog trad ze minder op als zangeres, nog wel in 1949 bij het festival van Verona. Wijdde zich ook aan het lesgeven in Milaan, Venetië, Rome en de USSR.
1962: "Una voce nel mondo", haar autobiografie.

In de periode 1939-1970 trad ze op als actrice in films:
1939: Il carnevale di Venezia
1943: Gli assi della risata (ze zingt Ciribiribin)
1944: Fiori d'arancio
1950: Il vedovo allegro
1954: Cuore di Mamma
1969: Oliver Cromwell: ritratto di un dittatore (TV film)

1970: Anonimo veneziano
Toti dal Monte heeft in de periode 1924-1941 opnamen gemaakt voor HMV en Victor.

Twee prachtige akoestische opnamen van Toti dal Monte uit 1924!



1  Rossini - "Guglielmo Tell": Selva opaca    3:47
2  Mozart - "Le nozze di Figaro": Deh vieni, non tardar    4:00
Toti dal Monte, sopraan; orkest o.l.v. Josef Pasternack
78t 30 cm: HMV DB 831   (2-053238/9)   C-31271-2 / C-31272-2
Opname Camden, N.J., 09/10.12.1924

Download mp3

zondag 28 januari 2018

Jean Noté: Goublier (G&T, 1903)


Jean Noté (Tournai [Doornik], 06.05.1859 - Brussel, 01.04.1922): Belgische bariton. Werkte eerst bij de Spoorwegen. Zijn stem werd tijdens zijn militaire diensttijd ontdekt. In zijn dienstperiode bracht hij het overigens tot kolonel. Een beschermheer financierde zijn opleiding aan het conservatorium in Gent. Enkele hoogtepunten:
1883: eerste concert in Gent
1884: slaagde voor het conservatorium met Premier Prix voor zingen en lyrische declamatie
1885: debuut als operazanger aan de opera van Lille
1886: opera Gent
1887-1889: Théâtre Royal, Antwerpen
1888-1893: Opéra National, Lyon
1887-1893: Munttheater, Brussel
1893-1922: eerste bariton Grand Opéra, Parijs, met veel succes
1908-1909: Metropolitan New York
Gastrollen in Covent Garden Londen, Berliner Hofoper.
Ook succesvol als concertzanger.

Jean Noté heeft veel opnamen gemaakt voor een groot aantal labels: voor Berliner (1899), Pathé (1902; 1910-12; 1917-18) Columbia (wasrollen, ca. 1903), G&T (1902-1906), Dutreigh, Odeon (ca. 1904-06), Edison (wasrollen), Lyrophon (1905), Favorite (1906), Eden (ca. 1906), A.P.G.A. (ca. 1906), Homophone (ca. 1906), Beka-Idéal (1906-07), Anker, Kosmos, Chantal.

Hier zien we hem in een vroege "Soundie" uit 1907 met de Marseillaise!



Zoek rechts bij de labels naar opnamen op het label Chantal van deze bariton. 
Deze post behelst een G&T uit 1903. Ik weet niet of de snelheid correct is, zowel de piano als de stem klinken me zo vrij natuurlijk in de oren, dus veel zal het niet schelen denk ik. Leuk om zo'n echt oude opname te horen. De plaat is knap versleten, dus kritische luisteraars kunnen deze post beter overslaan.



Gustave Goublier: Le crédo du paysan    2:22
Jean Noté, bariton (+ pianobegeleiding)
78t 25 cm: Gramophone & Typewriter GC-2-32576   2011F
Opname Parijs, 1903

Download mp3

woensdag 24 januari 2018

Clara Butt 6: Columbia, 1927


Oplettende bloglezertjes weten dat ik een groot zwak heb voor de Engelse alt Clara Butt. En niet alleen om de anecdote van Sir Thomas Beecham, die zei dat je haar over het Kanaal (richting Frankrijk) kon horen, op een heldere dag...
Een dijk van een stem, en een stijl van zingen die je niet meer hoort. Een warme, zeer krachtige alt. Heel Engeland liep over van trots als zij Land of hope and glory vertolkte.
Victoriaanser kan het niet.
Ze zong veel religieuze liederen, een beetje opera, en een aantal ballads (smartlappen). Waar onder deze twee, opgenomen in haar nadagen, maar wat heerlijk om haar stem in elektrische opnamen (dus met microfoon) te kunnen horen. Helder, prachtig!



Clara Butt (01.02.1872 - 23.01.1936): Engelse alt. Studeerde aan het Royal College of Music, daarna in Parijs bij Jacques Bouhy (1848-1929), leraar van Louise Homer en Louise Kirkby-Lunn. Studeerde daarna in Berlijn bij de sopraan Etelka Gerster (1855-1920). 
Debuut in Londen december 1892 met de cantate The Golden Legend van Sullivan. 
Grote carrière in Engeland als oratorium- en liedzangeres. Ze had overigens drie zussen die ook zangeres werden. Ze was een imposante verschijning, 1:88 meter lang.
Elgar componeerde zijn cyclus Sea pictures met Clara Butt in gedachten en zij zong de première op 5 oktober 1899 met Elgar zelf als dirigent. 
Ze heeft gezongen voor Koningin Victoria, Koning Edward VII en Koning George V. 
Werd "Dame" in 1920. 
Ze trouwde in 1900 met bariton Kennerly Rumford (1870-1957). Ze kregen 2 zonen en 1 dochter. De oudste zoon stierf aan hersenvliesontsteking, de jongste zoon pleegde zelfmoord. Zelf kreeg ze kanker, maakte haar laatste platen zittend in een rolstoel. 
Ze was diep gelovig, zoals ook uit haar repertoirekeuze blijkt.

Clara Butt maakte veel opnamen, 1 Berliner in 1899, daarna HMV (1909-1915), en Columbia (1915-1921; 1926-1927, 1929-1931). 



1  Daddy (Behrend)    3:41
    Opname Londen, 15.11.1927
2  Love's old sweet song (Molloy)    3:40
    Opname Londen, 14.09.1927
Clara Butt, alt (+ piano)
78t 30 cm: Columbia 7314R   (W)AX 3058-3 / (W)AX 3059-1

Download mp3

zaterdag 20 januari 2018

Maria Ivogün 3: HMV, 1932-1933


Maria Ivogün (Budapest, 18.11.1891 - Beatenberg, 03.10.1987), coloratuursopraan, eigenlijke naam Ilse Kempner. Bracht haar jeugd door in Zürich. Opgeleid in Wenen. Haar artiestennaam is een samenvoeging van de naam van haar moeder, de operettezangeres Ida voGünther. 
Debuut in 1913 onder Bruno Walter. Coloratuursopraan die m.n. excelleerde in de rol als Koningin van de Nacht uit Die Zauberflöte van Mozart. 
1925-1932: Staatsoper Berlin. 


Maria Ivogün als Zerbinetta

Gastrollen in Milaan, Wenen, Londen, Chicago, New York.
Wegens een oogziekte moest ze haar carrière stoppen in 1932.
Van 1921-1932 was ze getrouwd met de tenor Karl Erb (1877-1958). 
In 1933 hertrouwde ze met haar pianobegeleider Michael Raucheisen (1889-1984), met wie ze vanaf 1958 in Zwitserland ging wonen.
Ze was een belangrijke docente: o.a. Elisabeth Schwarzkopf, Rita Streich, Evelyn Lear en Renate Holm waren haar leerlingen.



Maria Ivogün, sopraan
Orkest Staatsoper, Berlijn o.l.v. Leo Blech

1  Richard Strauss- "Ariadne auf Naxos": Großmächtige Prinzessin    8:51
    HMV DB 4405   (62-4710/11)   2D 391-5 / 2D 392-4
    Opname Berlijn, 04.06.1932

2  Johann Strauss II: An der schönen blauen Donau    4:25
    Opname Berlijn, 24.10.1932
3  Johann Strauss II - "Die Fledermaus": Czardas: Klänge der Heimat    4:08
    Opname Berlijn, 01.02.1933
    HMV DB 4412   (62-4724/27)   2D 1198-1 / 2D 1205-3

Download mp3

dinsdag 16 januari 2018

Elisabeth van Endert, sopraan (Grammophon, 1913, 1915)


Elisabeth van Endert (Neuß, 31.12.1876 - Zürich, 27.02.1056): Duitse sopraan. Studeerde eerst bij Wally Schauseil (Düsseldorf), daarna bij Richard Müller (Dresden). Was eerst concert- en oratoriumzangeres.
1908-1911: Hofoper Dresden
1909: zong kleine rol in wereldpremière van Elektra van Richard Strauss
1911-1913: Hofoper Berlin
1913-1921: Deutsches Opernhaus Berlin-Charlottenburg
1921-1923: Staatsoper Berlin
Daarna hoofdzakelijk als concertzangeres actief.
Gastrollen en tournees in Engeland, België, Nederland, Zwitserland.
Maakte in de jaren '20 twee grote tournees door Noord-Amerika.
Eerste huwelijk met Böhm
Tweede huwelijk met Leo Curth, directeur van Electrola
Gaf na haar actieve zangcarrière zangles in Berlijn.
1935: vestigde zich in Noord-Amerika.

Elisabeth van Endert maakte plaatopnamen voor de labels Pathé (ca. 1911), Anker (1911), Grammophon (1912-1916); HMV (1922; 1925) en HMV/Electrola (1928-1930).

Karl / Carl Jörn (Riga, 05.01.1873 - Denver, Colorado, 19.12.1947): Duits-Amerikaanse tenor en zangpedagoog.


Hertha Stolzenberg

Hertha Stolzenberg (1889-1960): sopraan en actrice.

Paul Hansen (Kopenhagen, 03.04.1886 - Helsinki, 11.11.1967): Tenor- en baritonzanger, en filmacteur: nam tussen 1917 en 1924 17 films op.

Bernhard Bötel (1883-1953), tenor en acteur. Zoon van de beroemde Heinrich Bötel (1854-1938).


Elisabeth van Endert, sopraan:

Bizet - "Carmen": 
1  Wie, du kommst von der Mutter    9:01
    + Karl Jörn, tenor
    78t 30 cm: Grammophon 65260   044256/7   1223½s/1224s
    Opname Berlijn, 22.10.1913



Johann Strauss - "Die Fledermaus": 
2  O je o je wie rührt mich dies    2:42
    + Hertha Stolzenberg, sopraan en Bernhard Bötel, tenor
3  Glücklich ist wer vergisst    2:58
    + Paul Hansen, tenor
    78t 25 cm: Grammophon 13400   2-944267/8   18115L/18118L
    Opname Berlijn, 1915

Download mp3

vrijdag 12 januari 2018

Mary Garden 3: Victrola 1926


Mary Garden (Aberdeen, 20.02.1874 - Inverurie, 03.01.1967): Schotse sopraan en ook een goede actrice. Ze studeerde o.m. bij Sarah Robinson-Duff (Chicago), vanaf 1896 in Parijs bij Lucien Fugère (1848-1935), Jacques Bouhy (1848-1929), Mathilde Marchesi (1821-1913) en Sybil Sanderson (1864-1903). Sanderson introduceerde haar bij Jules Massenet en bij Albert Carré, de directeur van de Opéra-Comique.
1900-1907: Opéra-Comique. Zong o.m. de wereldpremière als Marie in La Marseillaise (Lucien Lambert, 1901) en als Diane in La fille de Tabarin (Gabriel Perné, 1901). Debussy koos haar voor de rol van Mélisande in Pelléas et Mélisande (1902). Verder de titelrol in de wereldpremière van La Reine Fiammette (Xavier Leroux, 1903)
1902-1903: zong in Londen, Covent Garden
1905: zong in Monte Carlo wereldpremière van Chérubin, een rol die Massenet speciaal voor haar gecomponeerd heeft.
1906: wereldpremière als Chrysis in Aphrodite (Camille Erlanger) bij de Opéra-Comique.
1907-1910: Manhattan Opera House
1910-1913: Chicago Grand Opera Company
1915-1921: Chicago Opera Association
1921-1922: directeur van de Chicago Opera Association, die daarna failliet ging. Ze produceerde in dat jaar de wereldpremière van De liefde voor drie sinaasappels (Prokofieff). 
1922-1931: directeur van de nieuw opgerichte Chicago Civic Opera, waar ze ook rollen zong. 

1934: trok zich terug van het operapodium. Werkte als talentscout voor MGM, gaf lezingen, m.n. over Debussy. Gaf masterclasses en deed veel om jonge artiesten te stimuleren.


Mary Garden als Ophelia

Ze maakte naar verhouding vrij weinig platen tussen 1903 en 1929: 6 Pathé wasrollen (ca. 1903), 4 G&T (met Debussy, piano), 3 Edison rollen (ca. 1904-1905), 11 Columbia (1911-1912), 12 Victor (1926-1927; 1929).

Verder maakte ze twee zwijgende films, met weinig succes: 
1917: "Thaïs" (Hugo Ballin, Frank Hall Crain)
1918: "The splendid sinner" (Edwin Carewe)

1951: haar autobiografie verscheen: Mary Garden's Story, waar veel onnauwkeurigheden in staan.



1  At dawning (I love you) (Eberhart-Cadman)    3:02
2  At parting (Peterson-Rogers)    1:48
Mary Garden, sopraan
Jean H. Dansereau, piano
78t 25 cm: Victrola 1216-A/B   BVE 36731-5 / BVE 37329-2
Opname 1: 26.10.1926; opname 2: 04.11.1926

Download mp3